Praktijk Examen

Na enkele rijlessen is het dan zo ver: het examen!

Vooraf maak je eerst kennis met de examinator. Deze legt uit hoe het examen verloopt en stelt een aantal vragen over de kentekenbewijzen van de lesauto en de aanhangwagen. Daarna volgt op de parkeerplaats een ogentest, waarbij je het kenteken van een stilstaande auto moet kunnen lezen op een afstand van ongeveer 25 meter. Vervolgens vraagt de examinator jou een aantal voorbereidings- en controlehandelingen uit te voeren aan de lesauto, gevolgd door het aankoppelen van de aanhanger.

Dan begint de rit. De examinator let onder meer op jouw beheersing van de combinatie auto met aanhangwagen, kijkgedrag, voorrang verlenen en het rekening houden met andere weggebruikers. Hij beoordeelt jou op tien examenonderdelen, zoals het in- en uitvoegen, het gedrag bij kruispunten en de bijzondere verrichtingen.Je krijgt tijdens het examen alle gelegenheid te laten zien wat je kunt. Helemaal foutloos hoeft niet, het gaat om het totaalbeeld. Belangrijk is hoe jij reageert op het overige verkeer en of jij de situatie meester bent. Kortom, de examinator bekijkt of je voldoende in huis hebt om veilig en zelfstandig aan het verkeer deel te nemen. Het praktijkexamen duurt ongeveer 55 minuten.

Vanaf 19 januari 2013 kun je je praktijkexamen in 2 verschillende categorieën afleggen. Per categorie gelden de volgende regels:

  • (Categorie B: Zonder aanvullende rijbewijzen mag je een aanhanger of oplegger voorttrekken die of maximaal 750 kg weegt of meer dan 750 kg weegt, maar de totale combinatie met toegestane maximum massa niet meer weegt dan 3500 kg.)
  • Categorie B+ (code 96): Met dit rijbewijs trek je een aanhanger of oplegger voort die meer dan 750 kg weegt en waarbij de totale combinatie met toegestane maximum massa tussen de 3500 kg en 4250 kg weegt.
  • Categorie BE: Met dit rijbewijs trek je een aanhanger of oplegger met een toegestane maximum massa van ten hoogste 3500 kg. (Echter, een uitzondering voor middenasaanhangers en opleggers hierop is mogelijk als een deel van het gewicht van de oplegger of aanhanger wordt overgedragen op de personenauto. Hierbij geldt wel dat het over te dragen gewicht niet meer bedraagt dan het verschil tussen de toegestane maximum massa van het trekkend voertuig en de massa in rijklare toestand van het trekkend voertuig waarbij de toegestane maximum aslast(en) van de oplegger of aanhanger, dus het gewicht dat niet op de personenauto wordt overgedragen, niet meer bedraagt dan 3500 kg.)